"En hij wou niet eens naar zee!"
- Waarom ligt alles altijd pas op de laatste plaats waar je zoekt..?.-




4 Maart 2004 ging het nieuwe programma van Kees Wennekendonk in premiere in de Blauwe Zaal van de Stadsschouwburg van Utrecht.

'- En hij wou niet eens naar zee!' is een solo-muziektheaterproductie met cabareteske invloeden. De rode draad is het begrip 'serendipiteit'; het talent om het niet-gezochte te vinden.
Regie: Anneke Jansen.


Veren

Gisteren vond ik op het strand
tussen schelpen, touw en glas
twee veren naast elkaar.

Een sterk en stevig als mijn vader
de andere teer en stil
zoals mijn moeder is.

Vlak daarbij vond ik een blauw balletje -
van schuimrubber.
Dat zal ik dan wel zijn geweest.




In het 17-eeuwse verhaal 'de drie prinsen van Serendip' voert de engelse auteur Richard Boyle in het raamwerk van een leerzame, hilarische en tegelijkertijd hachelijke reis van drie broers zeven vertellers ten tonele. Wennekendonk volgt de structuur van dit verhaal. De hoofdpersoon, strandloper, vindt zich op een strandpaal en vraagt zich af hoe hij daar is terecht gekomen. In het terughalen van de reis ernaartoe herinnert hij zich zeven ontmoetingen. De personages in deze ontmoetingen vertellen ieder hun eigen verhaal, waar strandloper echter in hoog tempo aan voorbij rent. De laatste verteller, 'de mus in de boom', geeft hem tenslotte inzicht in het doel van zijn reis.

Deze voorstelling is samengesteld uit een serie verhalen, een vijftien-tal Nederlandstalige songs, begeleid op vleugel, gitaar en accordeon, gedichten en kort proza. In een uur en twintig minuten raast hij op serieuze, poetische maar humoristische wijze (humor is een serieuze zaak) door het leven van mensen die ondanks hun verwendheid de waarde der dingen leren kennen en waarderen met als achterliggende gedachte een raadsel van een van de vertellers: waarom ligt alles altijd pas op de laatste plaats waar je het zoekt?
Op aanvraag kan een 20 minuten samenstelling worden gepresenteerd.



Over de voorstelling schreef Jack Nouws in de 'Metro':

Het is onmogelijk in Utrecht Kees Wennekendonk niet tegen te komen. De lange magere man met de bril resideert in een kelder aan de Oudegracht in het centrum, dus zo gek is het niet. Wennekendonk is wat de Angelsaxen een 'renaissance man' noemen en de mensen in de Renaissance een 'uomo universalis'. Een alleskunner dus. Naast brillenontwerper is hij ook dichter, schrijver en muzikant . Een ras-entertainer die literaire maaltijden organiseert, mini-zondagmiddagmatinees in zijn kelder houdt en ook een literair festival niet uit de weg gaat. Ik vraag me eigenlijk af of Wennekendonk ook niet een goed coureur of huisschilder zou zijn.
Van alle instrumenten die hij speelt (piano, gitaar, mondharmonica enzovoort) is de 'vleestrompet' het meest bizar. Vleestrompet, dat wil zeggen dat Wennekendonk met zijn elastieken lippen feilloos een trompet weet te imiteren. Misschien zelfs ook een trombone, maar vleestrombone is net één lettergreep teveel om een mooi woord te zijn. Hoe zou je dat ontdekken, dat je dat kunt, vleestrompet spelen? Heb je daar ook nog op andere manieren profijt van? Kun je er de dames extra mee plezieren, bijvoorbeeld, of kun je je ermee uit een benarde situatie redden als je bijvoorbeeld klemgereden wordt door proleten in een zwarte Golf?
Op 4 maart was de try-out van Wennekendonks theaterprogramma 'En hij hield niet eens van de zee', waarin hij dichtte, confereerde, cabaretteerde, musiceerde en vleestrompetteerde in een verhaal dat zich losjes rond een strandpaal afspeelde. Heel toevallig bleek een oud-klasgenoot van Wennekendonk naast me te zitten. 'Hij is nog geen steek veranderd,' zei ze, 'op de Bonte Avonden dertig jaar geleden op school deed hij ook zulke dingen.' Waarmee bewezen is dat je als entertainer geboren wordt. En als vleestrompettist.



Quotes

Over zijn vorige programma "Donder & liefde II"

"Donder en liefde is kleinkunst in de beste zin van het woord.
In zijn tekstkeuze toont Wennekendonk zich een liefhebber van humorvolle poezie, waarin een absurde invalshoek de alledaagse dingen van een ongewone kant belicht. Afwisselend licht en dan weer prettig pathetisch zuigt hij je met zijn optreden naar een gebied van zeer herkenbare Sturm und Drang en romantische dromerij.
Het is duidelijk dat hier een rasmuzikant aan de gang is met een schat aan theatrale mogelijkheden. In zijn eentje is hij met gemak in staat om de suggestie van een viermansband op te roepen. Met zijn krachtige stem plaatst hij zich moeiteloos in het rijtje van succesvolle muzikale performers als Harrie Jekkers en Maarten van Roozendaal."

    Paul Feld
   dramaturg/regisseur Growing up in Public.

"Met 'Donder en liefde II' geeft Kees Wennekendonk in de eerste plaats een langverwachte ruime bloemlezing uit zijn liedjes gestalte.
Als Wennekendonk speelt, overtuigt hij moeiteloos. Gelukkig is de zanger eigenwijs genoeg om het daarbij niet te laten: filosofische monologen en poëtische gedachtensprongen zorgen ervoor dat het programma een diepere laag aanboort. Maar de grootste aantrekkingskracht van het programma is en blijft de constante inzet waarmee Wennekendonk zijn oeuvre neerzet. Het resultaat is een programma dat in schoonheid en complexiteit niet onderdoet voor dat van ander eigenzinnige zangers als André Manuel, Alex Roeka, Mike Boddé en Maarten van Roozendaal.
'Donder en liefde II' is pure levenskunst."

    Ingmar Heytze
   dichter/journalist/performer

"Kees Wennekendonk is een theatermuzikant in hart en nieren. Meeslepende en ontroerende songs vormen dan ook het hart van zijn solo-theaterprogramma.
Maar Kees is ook een performer die iets wil vertellen en -belangrijker nog- te vertellen heeft. Dat maakt Donder en liefde tot een spannende muziektheatrale ontdekkingstocht; voor de maker en voor het publiek."

   Henk Scholten
   directeur Stadsschouwburg Utrecht

" Is dit cabaret? Is dit jong talent? Over een ding waren we het eens; dat het kwalitatief zeker de moeite waard was. Vandaar dat we onze nieuwsgierigheid niet konden bedwingen en je uitnodigden voor een auditie. Op de auditie hebben wij een antwoord gevonden op beide vragen, en is de discussie dus beslecht. Nee, dit is geen cabaret, en nee, de term jong talent kunnen we je niet opspelden. Dus om deze reden val je buiten de context van ons festival. Maar dat zegt niets over je performance. Daar hebben we erg van genoten, met het publiek. Een ieders kennismaking met de Vleestrompet. Ik zie jouw toekomst meer in het literair/poëtisch circuit, met poëtisch muziektheater. En dat moet je ook zeker gaan onderzoeken, want je talent is daar onderscheidend genoeg voor."
   Helga Voets
   Leids Cabaretfestival, 2002